Voor verder gebruik van deze website geeft u toestemming cookies te benutten ---OK--- ---Info---

Rekenoefeningen

  Rekenen oefenen Rekenen oefenen met rekenoefeningen: Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen,
delen, machtsverheffen, worteltrekken. Alle bewerkingen, op elk niveau.
Auch auf Deutsch: Rechnen mit Brüchen!

Breuken Uitleg: het gelijknamig maken van breuken

Je vindt alle oefenopgaven en alle uitleg via het overzicht breuken oefenen.

Breuken gelijknamig maken
Je zorgt dat de noemer van twee breuken hetzelfde wordt.
Bij het gelijknamig maken verandert de grootte van de breuk niet.
Het gelijknamig maken heb je nodig bij het optellen of aftrekken van breuken.

Eerste manier:
Vermenigvuldig de teller en de noemer van de ene breuk met de noemer van de andere breuk. Vermenigvuldig ook de teller en de noemer van de andere breuk met de noemer van de ene breuk.

Voorbeeld:
Maak 3/5 en 2/7 gelijknamig.
Bij 3/5 vermenigvuldigen we teller en noemer met 7.
Dat levert op: 7x3/7x5 dat is 21/35
3/5 is even groot als 21/35

Bij 2/7 vermenigvuldigen we teller en noemer met 5.
Dat levert op: 5x2/5x7 dat is 10/35
2/7 is even groot als 10/35

Dit kunnen we gebruiken om breuken op te tellen:
Hoeveel is 3/5 + 2/7 ?? Dat is even veel als 21/35 + 10/35 = 31/35


Voorbeeld:
Als ik een taart heb dan kan ik die taart in een groter aantal stukken verdelen. Eerst snijd ik uit een taart 2 stukken. Neem ik daarvan 1 stuk dan had ik 1/2 deel van de taart.

Snijd ik die taart in 8 stukken (4 keer zoveel) dan zal ik 4 van die stukken moeten nemen om net zoveel taart te krijgen als hiervoor.

Als ik de noemer én de teller van een breuk met een getal vermenigvuldig, dan blijft de waarde van de breuk (de hoeveelheid taart) even groot.

1/2 is hetzelfde als 4/8 want ik heb de teller en de noemer allebei met 4 vermenigvuldigd.

Hoe maak je breuken nu gelijknamig?
Stel ik heb 2 breuken die ik gelijknamig wil maken 3/4 en 5/9.

Ik begin met de twee noemers met elkaar te vermenigvuldigen. Dat wordt dus 4x9=36

Van 3/4 maak ik nu 3x9/4x9=27/36

Van 5/9 maak ik nu 5x4/9x4=20/36

Nu heb ik de breuken gelijknamig gemaakt. 27/36 en 20/36 hebben dezelfde noemer.

Vind je deze uitleg breuken vereenvoudigen nog te moeilijk? Oefen dan eerst met deelsommen.